Bijna het hele eiland Schiermonnikoog is sinds 1989 een beschermd Nationaal Park, met strand, duinen, bos, kwelder, polder en wad op loop- en fietsafstand van elkaar.
Kort samengevat: het park beslaat zo'n 5.400 hectare en omvat alles behalve het dorp, het gebied direct ten noorden ervan en de Banckspolder.
Acht landschappen: van het brede strand en de stuivende duinen tot de Oosterkwelder en het wad, elk met eigen planten en dieren.
Vogeleiland: er zijn meer dan 300 vogelsoorten waargenomen, en ook zeehonden zie je hier regelmatig.
Het eerste nationaal park: Schiermonnikoog werd op 19 juli 1989 het eerste nationale park van Nederland in de moderne betekenis; sinds 2009 is de Waddenzee bovendien UNESCO Werelderfgoed.
Let op in het broedseizoen: van 15 april tot 15 juli zijn delen van het park afgesloten om de broedvogels rust te gunnen.
Wie goed rondkijkt, ziet dat Schiermonnikoog vooral afwisselend en natuurlijk is, met acht landschapstypen die elk hun eigen planten en dieren hebben.
Strand: op het brede strand zie je hoe op het kale zand de eerste kleine duintjes ontstaan, die langzaam overgaan in grotere, begroeide duinen.
Duinen: tussen de kale, stuivende duinpannen en de begroeide duinen bloeien overal kleurige en geurige duinplanten; vanaf de Wassermann-bunker, 20 meter boven NAP, overzie je het hele duingebied.
Bos: in het naaldbos, eind 19e eeuw aangeplant door graaf Von Bernstorff, ruik je de dennen en komen in het najaar de paddenstoelen tevoorschijn; in het kooibos ligt de historische eendenkooi De Kooiplaats.
Kwelder: op de uitgestrekte Oosterkwelder, volgens Natuurmonumenten de wildste kwelder van Nederland, die bij hoog water deels onderloopt, broeden in het voorjaar meeuwen, lepelaars en andere vogels tussen zeekraal en lamsoor.
Polder: in de vlakke Banckspolder zie je in de zomer weidevogels en in de winter duizenden ganzen; vanaf de Bank van Banck op de dijk overzie je de polder, het wad en het dorp.
Westerplas: vlak bij het dorp wandel je over de groene dijk of fiets je over het schelpenpad langs de Westerplas, het grootste zoetwatermeer van het eiland, waar je vanuit de vogelkijkhut watervogels van dichtbij bekijkt.
Wad: op het wad van de Waddenzee scharrelen vogels hun maaltijd bij elkaar uit de enorme voorraad schelpdieren en wormen in de wadbodem; je verkent het veilig tijdens het wadlopen met een gids.
Dorpsgezicht: ook het groene dorp hoort bij het landschap, en vanaf het Westerstrand zie je de zon prachtig in zee zakken.
Flora en fauna
Doordat alle bebouwing op het westelijke deel van het eiland ligt, zijn wegen en paden daarbuiten vaak de enige tekenen van menselijke activiteit.
Met al je zintuigen: bekijk de bloemen in het duin, voel de wind op het strand, hoor de vogels op de kwelder, proef de zilte smaak van zeekraal en ruik de modder op het wad.
Rijke plantengroei: de helft van alle planten en bloemen uit de Nederlandse flora is op het Waddeneiland Schiermonnikoog terug te vinden, in totaal meer dan 500 soorten.
Bessen voor de vogels: meidoorn, duindoorn, vlier, braam en wilde roos zorgen in najaar en winter voor een rijk gedekte tafel.
Zilte specialisten: op de kwelder groeien planten die tegen zout water kunnen, zoals zeekraal en lamsoor, dat in de zomer het groen paars kleurt.
Vogels
Dankzij de enorme voedselvoorraad zijn de Waddeneilanden een geliefde rust- en broedplaats voor talloze vogelsoorten.
Op het wad: wulpen, scholeksters en eksters zoeken bij laag water naar voedsel op de drooggevallen platen.
Ganzen in de winter: in het najaar, de winter en het vroege voorjaar overwinteren duizenden ganzen op het eiland, waaronder rotganzen en brandganzen.
Weidevogels: in de zomer hoor en zie je in de polder de grutto, de tureluur en de kievit.
Eenden: eenden zitten veel op het wad, en in het voorjaar vaak ook in de duinen.
Roofvogels: boven het eiland zweven geregeld roofvogels, en ook kiekendieven zie je vaak laag boven duin en kwelder jagen.
Zoogdieren en zeeleven
In tegenstelling tot de vele vogels komen er op Schiermonnikoog maar weinig soorten zoogdieren voor.
Konijnen en hazen: zij leven er in groten getale en houden de begroeiing van de duinen kort.
Zeehonden: de zeehond is het grootste zoogdier dat je kunt tegenkomen, vaak rustend op zandbanken zoals de Balg.
Op het strand: wieren, krabben en schelpen van de dieren die in zee leven spoelen vooral op het strand aan.
Leven in het wad: de wadbodem zit vol wormen, kokkels en garnalen; ga er niet op eigen houtje op uit, maar bekijk het veilig tijdens een wadexcursie met een gids.
Nationaal Park in cijfers
Klein maar veelzijdig: zo ziet het Nationaal Park Schiermonnikoog eruit in cijfers.
Oppervlakte:
±54 km² (±5.400 hectare)
Lengte:
±18 km
Breedte:
±3,5 km
Verschil tussen eb en vloed:
2 tot 3 meter
Vogelsoorten:
Meer dan 300
Plantensoorten:
Meer dan 500
Nationaal Park sinds:
1989
UNESCO Werelderfgoed sinds:
2009
Aantal bezoekers:
±275.000 per jaar
Eilander Balgexpres
Met de Eilander Balgexpres rijd je over het brede strand van Schiermonnikoog naar De Balg, de onbewoonde oostpunt van het eiland. Een tractor trekt een buswagen met plaats voor 45 passagiers zo'n vijftien kilometer over het zand, door een landschap dat na elk hoogwater weer anders is. Wat kun je verwachten bij de Eilander ...
Het grootste deel van het jaar is het park vrij toegankelijk, maar tijdens het broedseizoen (van 15 april tot 15 juli) gelden een paar uitzonderingen om de vogels rust te gunnen.
Oostelijk duin- en kweldergebied: het gebied ten oosten van de Prins Bernhardweg en ten noorden en oosten van de Kooiweg is afgesloten; dit is met borden aangegeven.
Tot aan de Kobbeduinen: het natuurgebied tussen de Prins Bernhardweg en de Kobbeduinen is alleen toegankelijk via de wegen en paden die met witte palen zijn gemarkeerd.
Westerplas: de directe omgeving van de Westerplas is niet toegankelijk voor publiek.
Oosterstrand: vanaf paal 10 tot de oostpunt mag je alleen vlak langs de waterlijn lopen; de rest van het oostelijke natuurgebied is afgesloten.
Oosterkwelder: de Oosterkwelder is alleen toegankelijk tijdens excursies onder leiding van een gids van Natuurmonumenten.
Ook buiten de broedtijd: vogels zijn gevoelig voor verstoring, vooral op hoogwatervluchtplaatsen (zandplaten die bij hoog water droog blijven) zoals het Rif en tijdens het foerageren op het wad.
Respectvol kijken: houd afstand, houd je hond aan de lijn en bekijk vogels en zeehonden met hun jongen door een verrekijker.
Het park ontdek je het best op de fiets of te voet, en met een gids kom je ook op plekken die je alleen niet mag of kunt bezoeken.
Het Baken: begin in informatiecentrum Het Baken in het dorp, het bezoekerscentrum van het Nationaal Park, voor kaarten, tentoonstellingen en het excursieprogramma.
Wandelen: volg een van de gemarkeerde wandelroutes door duin, bos en langs de kwelder.
Fietsen: op het autovrije eiland breng je je eigen fiets mee of huur je er een, en de fietspaden brengen je tot diep in het park.
Uitzicht: klim naar de Wassermann-bunker voor een panorama over duinen, strand en wad.
Kaap Kobbeduinen: klim naar de houten Kaap Kobbeduinen, een oud baken voor zeelieden, en kijk uit over de Oosterkwelder en een van de stilste delen van het park.